|
Historie |
|||||
|
Altembrouck
ligt midden in de Voerstreek, een gebied dat qua landschap
eeuwenlang onveranderd is gebleven. |
|
||||
|
Ooit bestond er in de vroege Middeleeuwen een kleine gouw (de Luigau)
waarbij de hoofdhof hier in 's-Gravenvoeren lag. Voeren was in die tijd
een Karolingisch kroondomein bestuurd (beheerd) door een graaf. In dit
voormalig koningsgoed werd in 878 de overeenkomst gesloten aangaande
verdeling van Lotharingen tussen de koning van Frankrijk, Lodewijk de
Stamelaar en de koning van Duitsland, Lodewijk de Smalle, de
respectievelijke zonen van Karel de Kale en zijn broer Lodewijk de
Duitser die in 870 de historische ontmoeting in Meerssen hadden. Uit een schenking van Graaf Conrad in 1083 weten we dat de parochie Voeren bestond uit de tegenwoordige kerkdorpen 's-Gravenvoeren, Noorbeek, Mheer en Banholt, Warsage en Aubel, Sint Martenvoeren, Sit Pietersvoeren, St. Jean-Sart en Slenaken. Rond 1100 was graaf Thibald tevens heer van Valkenburg. Bij het kinderloos overlijden van Thibald in 1106 werd de gravenzetel van Voeren naar het naburige Dalhem verplaatst. Om maar aan te geven hoe hecht deze streek ooit in elkaar gevlochten is geweeest. Midden in dit historische gebied lag rond 1300 een "Broeke bi
Voeren". Van 1355 tot 1511 is het kasteel in
het bezit van het geslacht Melcops. Via verhuwelijking komt het
in bezit van de familie Holset die er woont tot 1624. In de 16e eeuw, wanneer "ons" Broek (of Brook zoals Voerenaars het zeggen) verbonden wordt aan de familie van Hoensbroek, evolueert de naam tot "Aldenbroek", het oude Broek in tegenstelling tot het jongere Broek van Hoen. Het wapenschild van Altenbroek en het wapenschild van Hoensbroek hebben trouwens gemeenschappelijke kwartieren. In 1714 is ridder de Winckel, heer van Altenbroek én van de heerlijkheid Noorbeek, nog altijd verbonden met Hoensbroek middels zijn functie van adjudant van Antonius van Hoensbroek. De bekendste eigenaar van Altembrouck is wel de familie de
Schiervel.. Zij komt op het kasteel in 1790 wanneer de advokaat Pierre
Joseph de Schiervel trouwt met de erfdochter van de
toenmalige eigenaar de Fassin, Marie Claire . Vader de Fassin verlaat dan Altembrouck en
geeft kasteel en hoeve aan zijn schoonzoon. De jonge de Schiervel neemt de leiding van de hoeve persoonlijk in
handen en toen Napoleon de grenzen met Engeland sloot, introduceerde
hij de schapenteelt in het dal van de Noorbeek. Als stamhoofd van de
Schiervels op Altembrouck was hij een eminente persoonlijkheid. Van
1812 t/m 1827 was hij burgemeester van Zijn broer, Henri de Schiervel werd net als zijn vader burgemeester
van 's-Gravenvoeren en woonde tot zijn dood op Altembrouck. Hij maakte
eerst de onafhankelijkheid van België mee en moest vervolgens
accepteren dat het tegenwoordige nederlands Limburg onder dwang aan
Nederland werd afgestaan. Dit was een zware klap voor
De Behaults waren gehuisvest te Gent op kasteel Gend'hof te
Buggenhout. De zoon van Arthur de Behault, Adrien, geboren 7 febr. 1884
was officier tijdens de oorlog 1914-1918 en huwde met Annette de la
Croix, dochter van de eerste minister de la Croix (na 1914-1918). Het
was Adrien de Behault die samen met zijn vrouw en drie zonen
Altembrouck gebruikte als zomerverblijf. Bij hun overlijden wordt het
landgoed verdeeld. Kasteel en park gaan naar zoon Jean, boerderij en
landerijen naar zoon André. Het dal van de Noorbeek, 55 hectare groot, met daarin centraal gelegen het kasteel is nu privé bezit. De overige gronden van het ooit meer dan 200 hectare grote landgoed vormen nu een grensoverschrijdend natuurgebied, aan nederlandse zijde beheert door stichting Natuurmonumenten en aan belgische zijde door Natuurpunt VZW. In ons prentenboek vindt u nog een aantal historische foto's van Altembrouck.
|
|||||